Financieren, ontwikkelen, exploiteren en verduurzamen van vastgoed

A-, B- en C-locaties (welstandsklasse)

Vastgoed wordt veelal gepresenteerd als A-, B- of C-locatie. Dit wordt de welstandsklasse genoemd. Maar wat betekenen deze classificaties eigenlijk? Dit artikel behandelt de A-, B- en C-locaties.

A-locaties

A-locaties zijn kantoren of winkels die gelegen zijn in het hoofdwinkelgebied van een stad. Bij kantoren kunnen zichtlocaties aan de snelweg ook A-locaties betreffen. De A-locaties zijn onder te verdelen in A1-locaties (het hoofdwinkelgebied zelf, met een drukte-index (index voor aantal passanten in een straat, variërend van 5 tot 100) van 75-100) en A2-locaties (de aanloopstraten naar de A1-locaties, met een drukte-index van 50-75). Vanzelfsprekend is de tarifering van huur/koop van A1-locaties het hoogst.

B-locaties

De B-locaties zien toe op winkelgebieden buiten de A-locaties. Denk aan een wijkwinkelcentrum. De B-locaties zijn onder te verdelen in B1-locaties (het wijkwinkelgebied zelf, met een drukte-index van 25-50) en B2-locaties (de aanloopstraten naar de B1-locaties en winkelstraten met veel autoverkeer, met een drukte-index van 10-25).

C-locaties

De C-locaties vormen de restcategorie. Valt een kantoor of winkel niet in een A- of een B-locatie, dan vormt het een C-locatie. Het zijn de locaties ver buiten hoofd- of wijkwinkelgebieden en drukken winkelstraten.